Mobbing, de nieuwe plaag op
het werk
Laat je niet
PESTEN!
David Van Gijsel werd gepest door z'n collega-postbodes. Zo erg dat hij geen
andere uitweg zag dan zelfmoord te plegen. Zijn collega's en De Post werden
onlangs in verdenking gesteld, een primeur voor België. Bovendien ligt een nieuw
wetsontwerp op tafel. De boodschap is duidelijk: laat je niet doen!
Pesten, intimidatie, agressie op het werk. Het fenomeen staat de laatste tijd
bijzonder in de belangstelling. De algemene term die het meest gebruikt wordt is
'mobbing', een verzamelterm voor 'het systematisch
pesten van één persoon door een andere persoon of een groep van
mensen'. Natuurlijk is mobbing geen nieuw verschijnsel. Wel hebben een aantal
schrijnende zelfmoorden, zoals die van David, als gevolg van mobbing ervoor
gezorgd dat de belangstelling en vooral ook de inspanningen om mobbing tegen te
gaan in een stroomversnelling zijn geraakt.
Wij spraken met Josy Claes, voorzitter van SASAM - Stichting Anti-Stalking en
Anti-Mobbing - om dieper in te gaan op de oorzaken en gevolgen van mobbing.
Wat doet je organisatie precies? Josy
Claes: 'SASAM biedt telefonische opvang, individuele begeleiding en maandelijkse
zelfhulpsessies. Er zijn nu zelfhulpgroepen in Aartselaar, Brugge, Genk en
Verviers. Anonimiteit is bij ons gegarandeerd, maar als een slachtoffer dat wil,
kan via onze bemiddeling het probleem worden aangekaart op het bedrijf.
Bovendien staan we mensen bij in alle facetten van de verwerking van hun
probleem. Wij willen geenszins de plaats innemen van juristen of therapeuten,
maar vaak weten mensen niet waar ze terecht kunnen. Wij helpen hen dan op de
goede weg.'
Is in te schatten hoe groot het probleem in Vlaanderen
is? Josy Claes: 'Exacte cijfers zijn natuurlijk niet beschikbaar,
maar we kunnen een aantal indicaties geven. Onze organisatie is sinds anderhalf
jaar actief. Op die tijd hebben we al zo'n 2000 dossiers binnengekregen. Uit
een pest-enquête, georganiseerd door het tijdschrift van de federale amtenaren,
blijkt dat niet minder dan 53 procent van de respondenten zegt dat zij zelf of
iemand in hun directe omgeving gepest wordt. Algemeen wordt aangenomen dat in
België 10 tot 13 procent van de beroepsactieve bevolking gepest wordt. Als je
alle cijfers extrapoleert, kan je zeker stellen dat jaarlijks minimaal 150
mensen in België een geslaagde zelfmoordpoging ondernemen als gevolg van mobbing
op het werk.
Hoe bekend is de problematiek bij het grote publiek en
de overheid? Josy Claes: 'In vergelijking met heel wat buurlanden
staat de wetgeving rond mobbing in België nog in de kinderschoenen. Tot voor
kort was er ook geen publieke erkenning van het probleem. De berichtgeving
over David Van Gijsel, de jonge postbode die door de pesterijen van zijn
collega's tot zelfmoord werd gedreven, heeft mobbing volop in de actualiteit
geplaatst. Zijn ouders waren vastberaden de dood van hun zoon een diepere zin te
geven. Ze namen contact met ons op om hen te helpen de doofpotoperatie bij de
posterijen tegen te gaan. Hierdoor is heel wat media-aandacht ontstaan en zijn
heel wat mensen gaan inzien dat ze niet alleen stonden met hun probleem. Deze
zaak is dus heel belangrijk geweest voor de publieke erkenning van mobbing. Het
wetsvoorstel van Minister Onkelinx (zie kader) is ook een bijzonder grote stap
naar gerichte oplossingen voor het probleem.'
Maar plagerijen onder collega's komen natuurlijk elke
dag voor. Wanneer overschrijdt iemand de grens van het onschuldige
plagen? Josy Claes: 'Een plagerijtje is een eenmalige onschuldige
actie en is er nooit op gericht om iemand vrijwillig pijn of schade te
berokkenen. Zodra iemand geviseerd wordt, herhaaldelijk bedreigd, geïntimideerd
of vernederd wordt, kan je van mobbing spreken. Een plager zal zich trouwens
verontschuldigen als hij merkt dat hij te ver is gegaan, een mobbingdader is er
net op uit om morele schade te veroorzaken. Vaak gaat de dader trouwens zo
subtiel en geraffineerd te werk, dat het voor een slachtoffer moeilijk is
aantoonbare bewijzen te leveren voor de mobbing. Plagerijen daarentegen gebeuren
meestal heel openlijk.'
Hebben slachtoffers van mobbing gemeenschappelijke
kenmerken? Trekken zij makkelijker pesters aan? Josy Claes: 'Da's
waarschijnlijk één van de grootste misvattingen. Iedereen kan het slachtoffer
worden van mobbing, er is geen typisch slachtofferprofiel, men heeft gewoon de
pech te worden uitgekozen door een pester. Het is echter wel zo dat, als gevolg
van de pesterijen, de persoonlijkheid van het slachtoffer vaak verandert: hij
wordt wantrouwiger, agressiever, ziet overal gevaar. Op dat moment wordt het
slachtoffer natuurlijk nog kwetsbaarder en zal hij in zijn omgeving nog minder
steun vinden. Alle mobbingslachtoffers lijden zware emotionele en psychische
schade, omdat zij in een extreem sociaal isolement terechtkomen en vaak een
bijzonder negatief zelfbeeld ontwikkelen.'
VRAAG:Hebben pesters makkelijk te herkennen
karaktertrekken? Josy Claes: 'Inderdaad, op de daders kan je wél
een specifiek profiel plakken. Het zijn altijd narcistisch egocentrische mensen,
met andere woorden: mensen die de wereld beoordelen louter vanuit het eigen
standpunt. Zij hebben wel degelijk een groot empatisch vermogen - het vermogen
om zich in anderen in te leven - maar ze gebruiken het op negatieve wijze: zij
weten feilloos de zwakke plekken van hun slachtoffers te vinden. De dader heeft
ook altijd een té grote behoefte aan macht en de controle ervan. Vaak voelt de
dader zich trouwens zelf slachtoffer, en vindt hij dat hij terecht wraak neemt
tegenover het onrecht dat hem zogezegd is aangedaan. Het mag dus duidelijk zijn
dat niet alleen de slachtoffers, maar ook de daders psychologische hulp nodig
hebben om terug normale sociale relaties op te bouwen.'
VRAAG:Is de bedrijfscultuur bepalend voor het
ontstaan van mobbing? Josy Claes: 'Mobbing kan in alle bedrijven
voorkomen. Maar je kan inderdaad een aantal tendensen ontdekken. Het is
duidelijk dat grote, sterk hiërarchisch gestructuurde bedrijven makkelijker
broedplaatsen kunnen zijn wegens de grotere anonimiteit. Uit overheidsbedrijven,
met hun starre methodes en benoemingssystemen komen ook vaker oproepen van
slachtoffers. Ook de economische situatie en de managementstijl kunnen een
invloed hebben. Te hoge prestatiedruk, werkonzekerheid en het negeren van
conflicten zijn allemaal voedingsbodems voor daders.'
Kunnen mensen iets doen om zich te beschermen, om te
vermijden dat ze slachtoffer worden? Josy Claes: 'Ik heb het al
gezegd: iedereen kan slachtoffer worden. Helemaal uitsluiten dat het jou
overkomt, kan je dus nooit. Maar natuurlijk kan je jezelf er wel tegen
beschermen. Duidelijk je eigen grenzen afbakenen is een eerste vereiste.
Potentiële daders kunnen zich laten afschrikken door zeer assertieve mensen, die
luid en duidelijk zélf bepalen hoe ze hun leven inrichten, met respect voor
anderen natuurlijk. Toch is het niet zo eenvoudig: als je als individu niet bij
het groepsbeeld past, loop je eveneens het risico een mobbingslachtoffer te
worden. Dat betekent bijvoorbeeld dat als jij wél assertief bent, je hele team
van minder assertieve collega's kan beslissen dat 'die arrogante een keer een
lesje moet krijgen' en ze zich en bloc tegen je keren. Het is dus moeilijk om
algemene richtlijnen te geven. Beter is het probleem bespreekbaar maken, niet
alleen voor de slachtoffers, maar ook voor de omstaanders. Studies hebben
trouwens uitgewezen dat in groepen waar gepest wordt, het absenteïsme algemeen
hoger ligt. Dat betekent dus dat ook wie alleen maar getuige is van mobbing
hieronder lijdt. Als deze mensen geen actie ondernemen, kiezen ze eigenlijk
indirect partij voor de dader. Bij velen werkt dat zwaar in op hun geweten, maar
momenteel weten veel mensen niet hoe ze dit probleem moeten aanpakken en vrezen
ze het volgende slachtoffer te worden als ze wel reageren. Ook voor omstaanders
en getuigen zal de nieuwe wetgeving een duidelijker kader scheppen en meer
bescherming bieden.
Micheline (43) was het slachtoffer van pesterijen van
haar baas
'Het was afschuwelijk. Hij had een relatie met de receptioniste van ons
kantoor, en wilde natuurlijk liever dat zij zijn secretaresse werd. Maar
daarvoor moest hij mij kwijt. Hij liet geen gelegenheid onbetuigd om me te
kleineren. Wat ik ook voor hem deed, nooit was het goed, hij vond altijd wel
iets dat ik - in zijn ogen - fout had gedaan. Hij wist ook perfect hoe hij
mensen moest bespelen. Ik merkte dat de andere directieleden meer en meer
twijfelden aan mijn capaciteiten, terwijl ze mijn baas in bescherming namen. Ik
was als de dood voor die man, sliep niet meer, werd steeds angstiger. De deur
van het kantoor horen opengaan was al voldoende om mijn hartslag de hoogte in te
jagen. Ik wist dat hij een reden zocht om van me af te komen, dus probeerde ik
ervoor te zorgen dat ik hem geen enkele gelegenheid gaf. Tot ik met een
longonsteking in het ziekenhuis belandde, omdat ik maanden had rondgelopen met
een verwaarloosde keelontsteking. Ik durfde me immers niet ziek te melden! Toen
ik terugkwam, lag mijn ontslagbrief klaar. Maar ik moest wél nog vijf maanden
opzegperiode uitdoen, elke dag met die man samenwerken. De zelfvoldane grijns op
zijn gezicht achtervolgt me nu nog soms. Ik vind het nog steeds onrechtvaardig
dat ik mijn job ben kwijtgeraakt, maar achteraf gezien ben ik opgelucht dat ik
van hem af ben, het was geen leven meer zo.'
Peter (26) werd door zijn collega's
weggepest.
'Ik begon vol enthousiasme aan m'n nieuwe job bij een
verzekeringsmaatschappij. Het team waarin ik terechtkwam, vormde echter een hele
hechte groep. Ze beschermden elkaar, spiegelden de baas voor dat ze het heel
druk hadden, terwijl ik in de helft van de tijd dezelfde taken kon doen. Ik was
volgens hen dus de verrader. Constant getreiter was het gevolg. Vanzelfsprekend
werd ik nooit mee gevraagd op een avondje biljarten en sprak niemand op
maandagochtend met mij over het afgelopen weekend. Maar ook tijdens het werk
wisten ze me te vinden. Als ik bijvoorbeeld even een kopietje ging maken of
dossiers wegbrengen, waren bij mijn terugkomst steevast alle balpennen verdwenen
van mijn bureau, en was mijn bureaustoel op de laagste stand gezet. Of als ik
langsliep, riepen ze elkaar vernederende dingen over mij toe, over mijn hoofd
heen, alsof ik er niet was. Onze chef vond het blijkbaar allemaal wel grappig,
hij wist goed wat er gaande was, maar vertikte het om in te grijpen. Na een jaar
ben ik bezweken onder de druk en zat ik thuis met een depressie. Het heeft een
aantal weken geduurd voor ik weer een beetje in mezelf geloofde en een andere
job aankon. Teruggaan naar dat kantoor wil ik nooit meer, ik wil niks meer met
die mensen te maken hebben.'
Wat houdt het wetsvoorstel van minister Onkelinx
in?
Bepalingen betreffende pesterijen werden opgenomen in de
anti-discriminatiewet die door de regering in december 2000 werd goedgekeurd.
Deze wet moet echter nog in het parlement worden gestemd. Niettemin regelen deze
bepalingen een aantal problemen niet, zoals de bescherming van de werknemers die
klacht indienen. Ook een gebrek aan preventieve maatregelen vraagt om extra
actie. Het doel van de nieuwe wet bestaat erin alle werkgevers ertoe aan te
zetten een preventiemodel in hun bedrijf in te voeren om te vermijden dat
mobbing een kans krijgt. Dit nieuwe instrument voor de bescherming van de
werknemers omvat volgende principes:
- In elk bedrijf zal een preventieadviseur worden aangesteld, die een
bijzondere gerechtelijke bescherming krijgt zodat hij volledig autonoom zijn
taak in het bijstaan van slachtoffers kan uitoefenen.
- Een werknemer die een gegronde klacht heeft ingediend, geniet een
bescherming (verbod van ontslag behalve om redenen die vreemd aan de klacht
zijn).
- Elke door een slachtoffer van gewelddadig gedrag geleden schade moet
integraal worden vergoed door de dader.
- Een ontslagen werknemer kan herstel in zijn functie vragen. Lukt dit niet,
dan moet hij van de werkgever een schadeloosstelling ontvangen die zes maanden
loon bedraagt, bovenop de schadevergoeding die hij ontvangt als slachtoffer
van pesterijen.
- Iemand die getuigt ten gunste van een slachtoffer geniet dezelfde
waarborgen als het slachtoffer zelf (herstel in hun functie of een
schadeloosstelling die zes maanden loon bedraagt).
Door Karen VANDERLOO
Uit Goed Gevoel Maandblad voor meer kwaliteit in je leven Maart 2002
pag. 124 t.e.m. pag 126
Met dank aan de redactie van het maandblad Goed Gevoel voor de toestemming om
dit artikel op onze website te plaatsen.
|